Het theater Boer Zoekt Vrouw

Dit was de week van Richard. Boer Zoekt Vrouw-minnend Nederland bleef zondagavond weer ernstig verward achter, want wie ís Richard nu eigenlijk? De karakterwisselingen volgden elkaar in hoog tempo op. Bij de speeddates zag Richard in elke vrouw ein lekker ding en riepen de kijkers 'creeeeepppp!' Vervolgens leek zijn imago zich wat te herstellen en werd onze zalvende kinderliefhebbende Limbo Marcel alom tot Meest Eng Figuur gebombardeerd. Wie Richard nu echt is weten we nog steeds niet, de scheidslijn tussen engerd en romanticus is altijd dun geweest. 

Susan was natuurlijk altijd bij voorbaat al kansloos. Zij spreekt één of andere rare exotische taal waar Richard maar moeilijk mee om kan gaan. Bij alles wat ze zegt hoor je het lage monotone 'yeah, yeah, yeah' van Richard, als teken dat hij net doet alsof hij het volgt. Vervolgens antwoordt hij in het Nederlands. De taal van de liefde spreekt iedereen, maar het verraderlijke dialect van Richard doet de kansen van Susan ernstig slinken. Gelukkig is Richard wel blij dat hij Heidy nog heeft, hij is zo trots op al die leuke meiden die op hem gereageerd hebben! De, naar later bleek, judaskus op het voorhoofd van Heidy zet de kijker op het verkeerde been. Mooie televisie.

Later meer over Richard. Marcel moest even bijkomen na al het Sonja-geweld van vorige week. Gelukkig, hij blijkt dus toch een ruggegraat te hebben, ondanks dat zijn hoofd er altijd af dreigt te vallen als hij naar iemand anders luistert. Hij gaat natuurlijk voor Ksenia, Marita was al iets te oud en toen ging ze tot overmaat van ramp die rare muts van Marcel ook nog opzetten tijdens het tractor-rijden. Game over, Marita.

Gijsbert blijft nog steeds die sympathieke rommelaar. Het is ook lastig om alle rommel op te ruimen als al dat haar constant voor je ogen hangt, dus dat nemen we hem niet kwalijk. Ook hier wordt de kinderwens besproken, en hij blijkt ook een echte kinderliefhebber. Iemand die kinderen neemt om de juiste redenen. A) Ja, ach, waarom niet en B) Het huis is groot zat. Zo hoort het ook Gijs. Als je toch een groot huis hebt kun je beter kinderen nemen, anders is het zo zonde van al die kamers!
Femke mist sowieso haar kind, want ze wil Gijsbert helemaal gaan bemoederen. Gijs is namelijk zo onverstandig om na het melken te eten! Half negen is ook veel te laat, die kleine van Femke kan toch ook niet zo laat eten@ Stoute Gijs, als je nog één keer om half negen eet moet je 's avonds zonder eten naar bed! 

Onze bon vivant Annermarie moest nog kiezen, en ze is wel van het voorbereiden. Zo gaat ze nu, in aflevering zeven, eens even rustig nadenken hoe ze de mannen gaat benaderen. Lekker op tijd Annemarie! Terwijl ze dat zegt kijkt ze, net zoals altijd, als een schichtig hertje om zich heen. Haar ogen schieten alle kanten op, behalve richting de vragensteller. De kijker vraagt zich af of ze wat kwijt is, of dat er op de achtergrond allemaal vreemde mensen lopen, maar niet is minder waar: op deze manier communiceert Annemarie. Zou ze gaan voor de goedlachse handige Harrie, die vindt dat een grapje op z'n tijd wel moet kunnen want anders is het leven al zo serieus? Of voor Adriaan, waarjezulkegoedegesprekkenmeekuntvoerenomdathijzoheerlijkduidelijkpraat? Of onze goedzak Johannes, die eindelijk van zijn ademhalingsproblemen af is en tegenwoordig foutloos een 'ja' produceert? 

De mannen van Annemarie weten het natuurlijk ook niet meer. "Zou je haar niet kunnen verleiden?", was de vraag van Yvonne aan Harrie. Je kunt Harrie beter vragen om dit jaar de oudejaarsconference te schrijven dan om Annemarie te verleiden, want dat is godsonmogelijk. Om iemand te verleiden moet het te verleiden object toch enig gevoel voor…gevoel hebben?! Voor flirten is bovendien de eerste vereiste dat er oogcontact is. Oogcontact. Met Annemarie…

Juist. En die gemene Yvonne gooit ook nog wat olie op het vuur door te vragen of Harrie haar wel eens recht in de ogen aan heeft gekeken. Dat lukt toch helemaal niemand, Yvonne!
Het keuzemoment. Annemarie komt erachter dat ze geen enkele boer kent en stemt Johannes weg. De kraakheldere reden: "Ja, je ken echt heel gezellig met 'm kletsen en eh, ja ik moet uiteindelijk één iemand overhouden, en ik weet niet goed waar ik op moet selecteren of iets, en ik moet toch een keuze maken." 
Nee, als je het zo bekijkt is Johannes een logische keuze, uhu! Johannes reageerde alsof hij bij z'n strot was gegrepen. Hhhhja. Niet zo mooi. Het ga je goed, Johannes!

Terug naar Richard. Richard Iskariot wist het stiekem al. Voor de uitzendingen begonnen had hij al in het geniep afgesproken met Annemiek en gebeld met Heidy. Richard, de prins op de witte koe vertelde tegen de beste koe van de stal dat hij het al wist. Susan wordt het niet, Heidy wordt het niet. "Maar je kunt toch niet op één koe wedden?!", loeide Annemiek. Pure liefde, omdat Richard meteen tot over zijn oren verliefd werd op Annemiek? Of het verraad tegenover Heidy en Susan, omdat zij aan het lijntje worden gehouden? "Deze ontknoping had William Shakespeare nog niet kunnen verzinnen!", zou Evert ten Napel zeggen indien hij het commentaar bij deze aflevering zou verzorgen. 

The tragedy of Richard III was één van de eerste werken van de Engelse toneelschrijver. Richards volgende tragedie wordt nu verteld, voor miljoenen Nederlanders in het theater Boer Zoekt Vrouw. Buiten boer Richard, boerin Ann-mary en de andere boeren kent alleen de verteller, Yvonne Jaspers, de afloop van dit dramatisch epos. Ruim vijf miljoen Nederlanders tellen gespannen af tot zondag. Immers, in dit toneelstuk genieten we van elk bedrijf. Tot volgende week!

24 January 2011
By on 20:47
Gourmetten of steengrillen?

To be or not to be? Gourmetten of steengrillen? Ook deze week was er weer aandacht voor de Belangrijke Vragen Des Levens, maar hierover later meer. Vooralsnog was dit de meest spectaculaire Boer Zoekt Vrouw-aflevering van dit seizoen. Bijzonder was vooral de gedaanteverwisseling die enerzijds Richard en anderzijds Frank leken te ondergaan. Waar 4,5 miljoen Nederlanders massaal de adem inhield toen Richard een mes in de handen had bleef een rituele slachting godzijdank uit, en hij ontpopte zichzelf warempel als een sympathieke familieman.

Waar het allemaal op rolletjes loopt is de boerderie van Gijsbert. Hij zit lekker wat te chillen en lachen met zijn chickies, en er valt geen onvertogen woord. Lekker met een goed glas water en wat dobbelstenen een spelletje yahtzee spelen. Na een tijdje zag je hem echter even vertwijfeld rondkijken. "Kom ik, met mijn living-on-the-edge-mentaliteit, eigenlijk wel over als een echte thrillseeker? Moet het niet stoerder, wilder, spannender? Zal ik niet al m'n schroom van me afwerpen?" Plots wist hij het. Jetzt geht's los, en hij riep uit: "We kunnen ook gezellig gaan rummikubben? En willen jullie wat anders dan gemeentepils? José viel van pure opwinding bijna van haar stoel en gilde "maakt me niet uit, áls er maar wat ALCOHOL inzit!" Zo werd het toch nog gezellig in huize Gijssie.

Een tikje minder gezellig was het bij boer Frank. Frank, speltip 16: weet wanneer je moet ophouden. Soms is een discussie gewoon klaar, en moet je een murwgebeukt meisje niet nog wat trappen na geven. Zeker niet als de andere meisjes-met-boerenachtergrond als een stel apathen suf voor zich uit zitten te gapen, bang voor Franks toorn. Vrouwen vallen niet op Satan, Frank. En als je dan toch zo pro-vlees bent, schotel je gasten dan geen taai stuk leer voor. De enige winnaar in dat gesprek bleek uiteindelijk Berber, die na wat vissen dat haar tanden niet hoefde stuk te bijten op het vlees. Één ding is duidelijk, de klaverjaskaarten zijn nog niet geschud.

Gelukkig waren dit niet de enige tenenkrommende momentjes van de aflevering, sterker nog: het was één en al plaatsvervangende schaamte. Marcel die ineens Limburgs ging praten tegen Marita, en het gesprek binnen twee minuten weer op kinderen wilde brengen. "Even heel wat anders, hoe denken jullie over ….kinderen? Is dat een optie?" Ja hoor, er is nog niet getongd, maar het enige gespreksonderwerp is kinderenkinderenkinderen.

Het ergste moment was toen hij alle drie de dames nog even een goede nachtrust ging wensen. Het moment dat je moe maar voldaan in je nest ligt, bijna naar dromenland vertrekt, en ineens die deur openzwiept. In de opening onze held op sokken, de Don Juan van de Lage Landen, Marcel Casanova, in zijn onderbroek. En dan met dat zoetgevooisde zachte stemmetje 'ik hoop dat jullie een hele leuke dag gehad hebben!' En, zoals het een echte player betaamt, even alle vrouwen een ferme handdruk geven voor het slapengaan. Én drie zoentjes. Marita vliegt eruit, zij is niet meer vruchtbaar. Sonja is het broertje wat Marcel altijd al had willen hebben, dus blijft Ksenia over. De ideale broedmachine, en dankzij haar Poolse roots weet Marcel dat zij de jacuzzi kan uitbouwen wanneer hij op het land bezig is.

De grootste verrassing van de laatste weken is dat Richard steeds minder weg heeft van een seriemoordenaar. Okay, hij praat wat vreemd en die ellebogen houdt hij ook niet helemaal normaal, maar de angstaanjagende versierpogingen zijn -voorlopig?- verleden tijd. Het is echter nog even afwachten welke vrouw in de beste positie zit. Susan lijkt het te kunnen schudden, ze voelt zich less-integrated. Op zich vrij logisch is als je geen Nederlands spreekt. Heidy is de typische Gooische tuthola die met een sherry in haar hand door de PC-Hooftstraat beent en naar haar vriendinnen kirt "Oh kind, meid wat een énig sjaaltje heb je om. Súúúúperleuk.' Elke normale vent zou gillend wegrennen maar Richard lijkt het allemaal wel prima te vinden.

De heldin van de uitzending was uiteraard boerin Annemarie. Ze wist dat ze niet elke week hetzelfde aan kon trekken dus ze koos dit keer voor een hippe spijkerjasje/spijkerbroek-combinatie. Leuk! Gézéllig! Tijdens het eten ontspon zich een spannend gesprek over kippen. Ze gaan wel weg voor negen euro het stuk! Nadat Johannes enkele dieptevragen stelde als 'verkoop je veel eieren?' en 'hou je van lekker eten?' was Annemarie zichtbaar opgelucht. "Gespreksstof genoeg, dat viel me reuze mee!"
Annemarie hield bovendien zéker van lekker eten, vooral haar eigen Tiramisu viel goed in de smaak. Johannes was wel het een en ander gewend, had er ook wel eens van gehoord, maar zulke aparte gerechten vond hij toch wel gek! Harrie kende het niet, maar vrat het wel. Wat Adriaan ervan vond weet ik niet, aangezien ik hem niet kan verstaan.

Na het afruimen was het tijd voor Het Spel. Eindelijk was er na de ellenlange gesprekken over koetjes en kalfjes, kippen, kaas en het weer, tijd voor diepgang. Elkaar écht leren kennen. De drie mannen stootten elkaar veelbetekenend in de zij, nu kwamen de pikante vragen. Harrie was al koortsachtig aan het bedenken wat hij zou gaan antwoorden op de vraag 'in de hooizolder of in de stal' en Johannes wangen sloegen rood aan toen hij beseft dat hij al z'n seksuele fantasieën moest gaan blootleggen. De pluche dobbelsteen werd gegooid, de eerste kaart werd gepakt. Als je goed luisterde hoorde je de drie hartjes kloppen in hun keel. Adriaan moest. Met het zweet in de bilnaad pakte hij het eerste kaartje, en las met trillende stem voor…'geiten of schapen?' Harrie vond dit wel een héle kinky vraag en Johannes werd zo zenuwachtig dat hij plotsklaps een gilletje slaakte zonder er tegelijk bij in te ademen. Adriaan mompelde iets over 'ik vind het allebei wel leuk' en toen mocht Annemarie.

He verdorie, daar pakte Annemarie toch wel een héle pikante vraag. "Oh he, krijg ík deze nou weer, haha", giechelde ze zenuwachtig. "Sauna of zonnebank? Ehh ja hihi, nou doe dan maar zonnebank, want sauna, pfffff". Daarna kwamen andere uitdagende levensvragen als 'roodbont of zwartbont?' en 'kroket of frikandel?'. Heel goed Annemarie, waarom zou je vragen naar iemands geloof, politieke voorkeur of een kinderwens als je ook kunt vragen of iemand van een kroket of een frikandel houdt? Daar drááit het toch ook allemaal om in het leven? Gourmetten of steengrillen, what the fuck? Annemarie, de laatste vraag: asperger of PDD-NOS?

Volgende week zal er meer duidelijk worden. Antwoorden waar nu nog vragen zijn. Is Gijsbert eindelijk eens naar de kapper geweest? Gedraagt Frank zich nog steeds als een botte hork? Vraagt Marcel eindelijk eens een keer wat over kinderen? Wie kiest Richard? En de aller, allerbelangrijkste vraag….Houdt Harrie nou van kroket of frikandel? Tot volgende week!

10 January 2011
By on 16:16
De kop is eraf!

Nederland was maandenlang in de ban van Boer Zoekt Vrouw. Gaat Gijsbert de meeste brieven krijgen, zoals iedereen verwacht? Wordt Maurits verblijd met postzakken vol brieven van verliefde mannen? Vindt Adriaan het ontbrekende puzzelstukje? En het belangrijkste: zit Gradus bij de laatste vijf? Eindelijk weten het, U kunt rustig slapen gaan. De vijf boeren die wekelijks gevolgd worden zijn Frank, Gijsbert, Marcel, Richard en boerin Annemarie.

Met de populariteit van het programma moeten vrouwen steeds inventiever worden om ertussenuit te springen. In het promotiefilmpje vertelde elke boer uiteraard dat ze op zoek waren naar een lieve en warme vrouw die veel affiniteit heeft met het boerenleven. Ze moet de handen uit de mouwen kunnen steken en vooral een luisterend oor bieden aan de boer. Oprecht, open, en het hart op de juiste plaats. Dát was wat de boeren zochten.
Uiteindelijk blijkt nu dat elke boer toch eerst kijkt wie er blond is en dikke tieten heeft en daarna of ze een beetje dichtbij woont. Soms is één plus één gewoon twee. De vrouwen die het niet echt van hun uiterlijk moeten hebben klussen complete liefdescreaties in elkaar van papier maché. Zonde van hun tijd. Uiterlijk is wat telt!

Natuurlijk was het wel genieten met de boeren. Zoals verwacht was Halloikbenpieter42jaareerlijkenbetrouwbaar niet door. Mannen die zeggen dat ze betrouwbaar zijn, dat moeten we niet hebben! We willen enge boeren! Gelukkig hebben we dan nog onze in Duitsland woonachtige boer Richard. Dit gaat dé topper van dit seizoen worden. Hij doet raar, kijkt eng uit z'n ogen, en blijkbaar zijn er toch vrouwen bij wie de creepdar niet afging en reageerden. Deze knakker denkt vrouwen te kunnen versieren door zichzelf een Prins Bernhard-accent aan te meten om daarna te zeggen: "Ik sie ik sie wat jij niet siet und het is ein lekker ding". Wat zijn ogen zeggen: "Ik sie ik sie wat jij niet siet und het ligt zo in stukjes gehakt in main koei'nstal". Of hij misschien een leuke vrouw vindt interesseerde hem niks, hij wilde alleen maar weten of hij naar de volgende ronde was. Gefeliciteerd leipo, je bent door.

Zijn tegenhanger was Koning Sympathicus Adriaan. Adriaan heeft helaas te weinig brieven gekregen, maar we gunnen hem het allerbeste. Op de BZV-site vertelde hij ons dat hij 'nog geen tv had'. Maakt niet uit Adriaan, die dingen zijn ook pas net uitgevonden. Ook wijnboer Gerhard was niet door, al werd hij wel verrast door een kudde prettig gestoorde huisvrouwen met pittige kapsels die al joelend zijn erf op kwamen fietsen en zijn wijnvoorraad opzopen. Blij gemaakt worden met een stuk of tien nog-net-niet-dode huismussen, dat kan ook alleen de KRO bedenken.

Wisselend succes voor onze twee latente boeren. Waar heel Nederland in koor "Homo! Hij is er één!" riep toen Maurits in beeld verscheen, had dat ook zijn weerslag op de vrouwelijke aandacht. Die was er nauwelijks. Een boer zegt niet dat de ogen de spiegel van de ziel zijn. Dat is gewoon verdacht. Dat is gewoon niet mannelijk, stoer, en boers! Marcel daarentegen praat dan wel een beetje gay, maar zo klinkt Limburgs al snel. Twijfelgeval. Gelukkig heeft hij genoeg Poolse tienermoeders die heus wel direct verliefd op hem zijn. Hij hoeft alleen maar 'verliefd' te sms'en naar 4242. Echt. Door naar de volgende ronde, dat wel!

De helden van de eerste uitzending waren natuurlijk de drie broers. Gradus, Martin en Hans. En nee, Gradus heet echt Gradus, dat is dus geen artiestennaam. Deze drie boers hebben zich maanden handenwrijvend lopen opwinden over ál die postzakken vol brieven die ze zouden gaan ontvangen. Eindelijk zou dan die langverwachte werkster komen, want dat huishouden, dat was toch niks voor ze! Eindelijk een vrouw in hun leven, eindelijk passie, pure romantiek en seks. Gradus, Martin en Hans zouden nooit meer alleen zijn! Ah, daar kwam Yvonne al aan. Kom maar door met die vrachtwagen vol cadeaus en brieven! "Dag Martin, op zoek naar die ene leuke vrouw! Ik heb voor jou..een email…en een brief." Het teleurgestelde gezicht van Martin was werkelijk priceless. Uit ruim acht miljoen beschikbare Nederlandse vrouwen waren precies…twee vrouwen die op zich wel interesse hadden om met Martin te daten. Je zag 'm denken: 'Verdomme, dat wordt ook de andere helft van m'n leven mezelf huilend in slaap masturberen'. Jammer, ons olijke trio is niet door.

Dan hebben we nog drie boeren die wél doorgaan. Frank en Gijsbert zijn overduidelijk de soepele players, zij weten wat een vrouw wil horen en de vrouwen sopten massaal van hun stoel af bij hun promotiefilmpjes. Boeren die over hun gevoel kunnen praten en al die andere onzin, dat vinden de vrouwen leuk. Gijsbert wilde zeker nog een tijdje alleen blijven met z'n nieuwe vrouw, maar toen er een ongelofelijke stoot die-dan-toevallig-een-kind had reageerde waren zijn principes als sneeuw voor de zon verdwenen. Maakt niet uit Gijssie, elke man begreep je dilemma.
Als slotstuk hebben we natuurlijk de diva, het zonnetje in huis, onze femme fatale, La Annemarie. Ze heeft 'de emotie' ook niet bepaald uitgevonden, maarja, ze is een vrouw. Mijn voorspelling is dat ze eindigt met Harry van het schuurfeest. Schuren, alle chickies willen schuren! Zoveel mogelijk graag, dan kan Annemarie daar haar koeien in kwijt. Elkaar al ontmaagd op de hooizolder, en samen oud wordend op de boerderie. Harry die nooit kaas op z'n brood heeft, want dat eet Annemarie er allemaal vanaf. Zij blijft namelijk wel gewoon de baas in huis.

Het belooft weer een mooi jaar te worden. Vergeten is stille Wietse, romantische Jos, en Peter "hou oew bek en vreet oew bak leeg". De oude boeren zijn dood, leve de nieuwe boeren! Twee players, Toos Emotieloos, Marcel met Svetlana uit Krakau en Creepy Richard. Dit wordt een tópseizoen.

14 December 2010
By on 01:06
Het is weer begonnen!

Politieke crises, interlandvoetbal, het is enkele dagen herfst, kortom: hel en verdoemenis in ons koude boerenkikkerlandje. Gelukkig was er één klein lichtpuntje in ons inktzwarte bestaan, wat zeg ik…een helder baken in deze gitzwarte tijden. Jullie raden het waarschijnlijk al, ik heb het natuurlijk over de eerste aflevering van Boer Zoekt Vrouw. Immers, wat er ook gebeurt in ons land, er blijven altijd wel een stel maffe boeren die geen vrouw kunnen vinden. En wie zijn wij om ons daarover te verkneukelen? Juist, de alleswetende modelburgers waarbij altijd alles op rolletjes loopt.

Vandaag was het weer zover. Heel Nederland verheugde zich op de aanblik van tien wanhopige boeren, arme drommels die al jaren niet meer de warme geneugtes van de vrouw hebben mogen ondervinden. Hardwerkende plattelandsmannen, die elke dag om 5.00u opstaan om Clara 12 te melken. Maar Clara 12 praat niet terug, Clara 12 zet geen koffie en met Clara 12 is het al helemaal lastig kinderen maken. De boeren willen warmte, een 'vrouwelijke vrouw', die 'van lachen houdt', ofwel: ze willen gewoon weer eens een keertje neuken. Want die laatste keer in 1987 met Gerda in die hooiberg was heerlijk, maar ook zo…lang geleden.

Lang geleden, vervlogen tijden. Boeren vreten geen teriyaki van Knorr of een ander gek gerecht uit China, boeren eten gewoon geprakte aardappelen. En die maken ze niet klaar in een kitchenette met keramische kookplaten of al die moderne onzin, maar gewoon in een 19e eeuwse keuken. Op een vuurtje. En boeren hebben al helemaal geen tijd om op zaterdag in de boer'ndisco een chickie te playen, want ook op zondagochtend dient Clara 12 gemolken te worden. En die 4800 andere Clara's ook, trouwens.

Gelukkig is er de blonde messias, de redder in nood, de vrouw-die-uitkomst-biedt: Yvon Jaspers. Ze praat dan wel tegen je alsof je een kleine kleuter bent, en ze heeft altijd zo'n vervelend brave bloemetjesjurk aan, maar ze regelt het wel allemaal. De vrouw van je dromen, nooit meer zelf koffie zetten, nooit meer even schalks wegdromen tegen de warme vacht van Clara, maar pure liefde tussen boer en vrouw. Tien boeren, hoewel, negen. Negen boeren, en één boerin. Vandaag begon voor hun de kans op een fantastisch liefdevol leven.

Althans, voor vijf dan. Want de vijf met de meeste reacties gaan door naar 'de volgende ronde' en worden, tenminste voor een half jaar, bekende Nederlanders. De andere vijf blijven waarschijnlijk hun hele leven single en slijten hun dagen alsnog in eenzaamheid. Maar ja, boeiend, niet ons probleem, wij willen gewoon mooie televisie! En dat krijgen we, want wat waren het toch weer een karakteristieke types allemaal.

Een zekerheidje wat in ieder geval door gaat is Gijsbert, een aantrekkelijke boer-van-de-wereld, 35 jaar, en op het eerste gezicht niet contactgestoord. Kortom, de droom van iedere vrouw-met-kinderwens-waarbij-de-kritieke-jaren-bijna-komen. Voor de categorie daaronder hebben we nog Frank, een boer met krulletjes. Boeren met krulletjes doen het altijd goed, zeker als ze 26 zijn. Maar verder? Spanning en sensatie!

Een noviteit in deze jaargang is dat er ook een homoseksuele boer meedoet. Leuk voor de kijkcijfers, moet de redactie gedacht hebben. Boer Maurits, paarse blouse, hippe bril, perenboer. Klein detail: Maurits weet het zelf nog niet. Hij zegt op zoek te zijn naar een leuke vrouw, terwijl bij iedereen in de huiskamer de gaydar zo hard af ging dat het olijke gekwebbel van Yvon nauwelijks te horen was. Hoe mooi zou het zijn, straks over een aantal maanden, dat Yvon bij hem thuiskomt en zegt: "Maurits, ik heb goed nieuws en slecht nieuws! Het goede nieuws is dat je 452 brieven hebt gekregen! Het slechte nieuws is dat 97% van mannen afkomstig is." Mooie tv.

Verder nog enkele interessante boeren. Drie broers, allemaal op zoek naar een vrouw. Of toch in ieder geval iemand die het huishouden doet, want daar houden ze niet zo van. De oudste heet Gradus. Gradus. Dan mag je wel single zijn op je 56e, met de naam Gradus heb je altijd een streepje voor. Gradus wil volgens de KRO-website later 'iets lekkers' voor zijn vrouw koken. Goed zo Gradus, dat willen vrouwen horen! Vrouwen houden namelijk niet zo van smerig eten. En waar kan hij altijd voor worden wakkergemaakt? "Iets lekkers". Gradus, ouwe geilneef!

Verder hebben we nog Richard, een boer die zoooo langzaaaam praaaattttt, maar wel een knappe boerendochter heeft. Moet dus door. Boer Gerhard heeft een wijngaard en zal dus wel vrouwen aantrekken die 'geleefd hebben'. Met vrouwen die geleefd hebben bedoel ik natuurlijk vrouwen die in hun leven veel teveel hebben gezopen, en nu nog denken twintig jaar gratis te kunnen sjampoepelen. Boerin Annemarie is een vrouw, met heuse borsten, en zal dus wel duuzend-en-één brieven krijgen van wanhopige mannen. Vrouwen en mannen, schrijven maar!

Het goede nieuws: het gaat weer beginnen. Het slechte nieuws? Het duurt nog máánden voordat we de eerste pijnlijke Wietse-achtige kennismakingsgesprekjes zien, de botte opmerkingen, het gesmijt met percentages, en misschien wel de ontluikende liefde waar onze sympathieke boeren al jarenlang naar op zoek zijn. Laten we hopen dat Maurits zijn droomman tegenkomt, Adriaan het ontbrekende stukje van zijn Nachtwacht-puzzel vindt, en dat Annemarie haar favoriete kaaskop tegen het lijf loopt.

Nog een paar maandjes doorbijten. 

5 September 2010
By on 21:14
De Nespresso Club: een geheim genootschap voor koffiehomo’s

Vroeger was het leven lekker overzichtelijk. De man ging uit jagen, de vrouw poetste de grot en wanneer de man thuiskwam stond er een lekkere kop koffie voor hem klaar. De man wist: Dit is koffie. Hij haalde het geen moment in zijn hoofd om de koffie met een vies gezicht uit te spugen en daarna zijn vrouw in elkaar te slaan omdat ze niet wist dat hij altijd een café latte verlangde na een dag hard werken.

Nu is alles anders. Een man wil zich weliswaar nog steeds onderscheiden van zijn soortgenoten om indruk te maken op de vrouwtjes, maar hij doet dat niet door de grootste mammoet te vangen of door de grootste piemel te hebben, nee, hij wordt lid van een geheim genootschap voor koffiehomo’s: De Nespresso Club. Hij denkt dat hij door dat lidmaatschap een hogere status heeft in de maatschappij en dat andere mensen respect voor hem hebben omdat hij zo erudiet is dat hij niet ‘zomaar een kop koffie drinkt’, nee, hij ‘ondergaat een orgastisch koffiemoment die een sensatie in je mond teweegbrengt’.

Als we een kijkje nemen op de site van het geheime genootschap, www.nespresso.nl, zien we duidelijk dat die hele Nespresso Club een lichtend voorbeeld is voor alle misplaatst decadente en zelfvoldane anti-mannen die menen dat ze interessant zijn omdat ze verstand van koffie denken te hebben. Wanneer ik als stoere voorbeeldman-met-borsthaar wil weten waarom die koffie nou zo bijzonder schijnt te zijn klik ik op het linkje ‘De geheimen van de capsule’. Het gaat hier niet om nieuwste technische snufjes van een ruimteveer waarmee we naar Mars kunnen, nee, het betreffen hier Nespresso-koffiecupjes.

Enkele vrienden van me zijn ook lid van de Nespresso Club. Ze hebben een officieel lidmaatschapspasje en kunnen die bij de Bijenkorf laten zien waarop de baliemedewerker exact kan vertellen wat voor koffie ze in het verleden dronken. Zo kan hij zeggen “Hetzelfde als vorige keer, mijnheer?”, waardoor de klant het gevoel krijgt ergens bij te horen. Dat dat ‘ergens’ een treurig clubje voor losers is zal de klant pas duidelijk zijn na het lezen van dit stuk.
Echter, in de Bijenkorf ben ik nooit te vinden. Erger is het als als ik bij een Nespresso-’vriend’ op bezoek ben en gewoon een bak koffie wil. Ik zie twee glinsterende ogen en krijg de vraag uit welke van de zestien grand crus ik wil kiezen. Als ik uit pure wanhoop maar ‘dat blauwe dingetje’ kies krijg ik een meewarige blik toegeworpen en hoor ik “zoiets heet een capsule, hoor!”
Uiteindelijk krijg ik een ienieminie-kopje met één slok koffie, waarbij het de bedoeling is dat ik moet zeggen ‘ja, je proeft toch echt wel dat dit Nespresso is!’

Met Nespresso-drinkers winnen we de oorlog niet. We schrijven de zeer vroege ochtend van 10 mei 1940. Europa staat aan de vooravond van een allesvernietigende oorlog, en de Nederlandse strijdkrachten zijn in opperste staat van paraatheid. “Nog een bakkie koffie, Meuleveld?”, vraagt sergeant De Vries aan zijn kameraad. Meuleveld reageert als door een wesp gestoken en zegt “Een bakkie koffie, de Vries? Ben je helemaal belatafeld? Ik wil Fortissio Lungo, samengesteld uit Midden- en Zuid-Amerikaanse Arabica’s en een vleugje Robusta! Die intense melange met een volle body, bittere accenten en toetsen van intens gebrande bonen!”

Andere situatie. Sam en Moos Cohen zitten in het bos. Ondergedoken. Ze vullen hun dagen met het vertellen van moppen en wachten op Cindy, een dappere boerendochter die ze elke dinsdag en vrijdag wat voedsel en een thermoskan surrogaatkoffie komt brengen. Echte koffie is immers op de bon. “Alstublieft, hier is wat brood. En ik heb koffie meegebracht. Vrijdag hoop ik weer wat te hebben, tenminste, als ik dan nog leef…”, fluistert ze. Sam haalt de deksel van de kan en ruikt even. “Mozes kriebel, wat is dit voor slappe oplosmeuk!”, brult hij. “Ik blief louter Ristretto, met intense smaak en body!”

Het moge duidelijk zijn: Met lieden als Meuleveld en de Cohens hadden we die hele oorlog binnen vijf dagen verloren.

Vroeger, toen we nog heersten over de zeven zeeën en we onze latere rijkdom vergaarden met het handelen in slaven, dronken we nog gewoon ouderwets filterkoffie. Piet Hein himself deed wat zeewater in zijn koffiezetapparaat en maakte van zijn schatkaart een koffiefilter. De door Kunta Kinte zorgvuldig geplukte en gemalen koffiebonen werden vervolgens in het filter gedaan en moe maar voldaan drukte hij ten slotte op de aan-knop. Na vijf minuten pruttelen riep hij “koffieeeee!” en zijn trawanten konden even pauze nemen van het voor zich uit turen over de zee.
Na het drinken van zijn filterkoffie ging hij weer verder met zijn dagelijkse bezigheden, zoals het kapen van de Zilvervloot.

Filterkoffie is onlosmakelijk verbonden met de economische successen die onder andere Piet Hein ons land bracht. Dit terwijl ons land in een diepe recessie verkeert sinds het volk en masse overgaat op Nespresso. Een verband? Zo zou ik het niet willen noemen, maar toevallig is het wel. We moeten terug gaan naar de basis. Vroeger was niet alles beter, maar koffie zeker wel. En zonder koffie vaart niemand, wel? Zeker Piet Hein niet, toen hij op die zwoele zomeravond van 1628 op het punt stond om de eerder gememoreerde Zilvervloot te kapen.

Piet Hein dacht niet aan de grand cru Dulsão do Brasil, die mélange van gele en rode Bourbonvariëteiten. Hij wilde geen indruk maken op z’n vrienden door te reppen over die ‘afzonderlijk gebrande bonen die zorgen voor een ronde, evenwichtige smaak en een zoete toets van honing en mout. Hij liet je niet kiezen uit zestien grand crus, hij ging nooit naar de Bijenkorf, hij had geen lidmaatschapspasje en hij wilde al helemaal geen koekje bij de koffie.

Piet Hein tuurde over de Atlantische Oceaan en dacht hoe hij de zilvervloot ging kapen. Piet Hein dronk koffie. Filterkoffie.

22 May 2010
By on 15:09
Winnen met de Twentse slag

Eigenlijk is het maar vervelend, elke wedstrijd makkelijk winnen met minstens drie goals verschil. Ten eerste ontbreekt altijd de spanning, ten tweede mis je de euforie omdat je tóch minimaal drie goals verwacht en buiten dat sluipt de gemakzucht er naar verloop van tijd altijd in.

Zo ook afgelopen zondag. Al 9 wedstrijden op rij hebben we onze wedstrijden makkelijk gewonnen, en natuurlijk zou ADO-uit geen probleem worden in onze weg naar de glorieuze landstitel. Terwijl ik de zaterdagavond goed had doorgehaald in de Melkweg stond ik braaf om 12.28u op om even brak op de bank te gaan liggen voor het doelpuntenfestijn wat ADO – Ajax zou worden. Twente had een dag eerder al met 0-2 in Venlo gewonnen, dus ik had er al niet zo’n zin in. Alweer verder kijken naar volgende week, of eigenlijk de midweekse speelronde met AZ – FC Twente op het programma. Moet het daar toch gaan gebeuren, dus geef ons vast die drie punten en move-on to the next one.

In de 6e minuut ging ik even koffie zetten en een lekker paasstrokbroodje-met-kruidenboter in de oven gooien. Wat mailtjes checken op m’n telefoon en met een half oog naar de wedstrijd kijken. De eerste helft kabbelde voort, ADO kreeg twee grote kansen maar dat deed me niks, wij scoren toch nog wel drie keer.

Rust. Nog maar een karakteristiek Haags bakkie pleuâh, en me opmaken voor een tweede helft waarin Ajax vast een tandje zal bijschakelen. Even wat sneller rondspelen en die bal ligt achter Zwinkelmans, of hoe die gozer in het doel van ADO ook heet. Ken mij het schelen.
“Hehehehe”, ik verslikte me in de koffie. Moet je die sufferd van ADO zien, wil hij de bal naar voren schieten, pleuâht hij over z’n eigen potâh en geeft een corner weg. Haha, die gasten kunnen echt niet voetballen..

De 60e minuut. Ik begon wat onrustiger te worden, volgens mij was het toch echt de bedoeling dat dit een makkelijke overwinning werd? En die kansen, waar blijven die eigenlijk? Er overkwam me een gevoel dat ‘dat doelpunt wat toch wel zou vallen’ straks helemaal niet zou vallen. Ik ging maar even rechtop zitten en zette het geluid iets harder, komop Ajax!

75e minuut, de reservekeeper van ADO krijgt rood en een veldspeler moet in het doel. Nog één Haags kwartiertje. Thank God, nu rossen we gewoon op doel en dan zit-ie erin. Maar wat ik verwachtte gebeurde niet: eindeloos gebrei en het lukte niet om de bal naar elkaar over te…Pasen. 80e minuut, het geluid staat inmiddels op standje 85. Ros verdomme nou eens een keer op die kutkeeper van ze, je gaat het toch niet menen dat we hier onze laatste kans op de titel weggooien? In fucking Den Haag?

Inmiddels staat het zweet in m’n bilnaad, zit ik letterlijk met de handen in het haar en begin ik harder tegen de televisie te schreeuwen. Het besef dat het voor het wedstrijdverloop niks uitmaakt of ik enerzijds rustig op de bank zit, of anderzijds me als een maniakale gek sta te gedragen is allang verdwenen. Geluidsniveau 90, hoe spannender een wedstrijd, hoe harder ik het geluid zet, al is het maar zodat ik het commentaar nog kan horen door mijn eigen geschreeuw.

88e minuut, de grap heeft nu wel lang genoeg geduurd Ajax. Corner, bal komt voor, keeper bokst de bal weg, wordt ingeschoten, van de doellijn gehad. “OOOHHHWWWWWW”, een brul die door drie muren heengaat, ik sla hard op de tafel. Waar ik een uur geleden nog als een slome koalabeer op de bank lag te chillen was ik nu een opgewonden Tasmaanse duivel die niet meer wist waar hij het moest zoeken.
Blessuretijd, zeven minuten. Scoor nou Ajax, alsjeblieft, puntverlies betekent een kutweek. Het geluid staat inmiddels op 100, maximaal niveau. De buren, de hele straat, kan het commentaar van Leo Driessen horen.

Ik ben niet te benijden. *Ring*, telefoon gaat. Welke idioot belt er in godsnaam in de 90e minuut, is-ie nou helemaal belatafeld? Ik zie dat het m’n stapmaatje is, maar op dit moment ben ik niet in staat om een gesprek over de night-before te voeren.
91e minuut, Enoh kopt over. 92e minuut, schot Vertonghen geblokt en corner. De wedstrijd volg ik allang staand, terwijl ik met mijn hoofd door de tv wil beuken om zelf het veld op te rennen en de bal erin te knallen. Mijn goedbedoelde ‘komopnou’-kreten zijn getransformeerd tot een wanhopig piepend ‘alsjeblieft, laat het ons nu eens meezitten’-stemmetje.
93e minuut, ik ben de wanhoop nabij. Het einde der tijden nadert, de totale apocalyps is aanstaande. 0-0 bij ADO zou een mokerslag zijn en m’n hartslag tikt de 180 aan. Het is nu of nooit, de laatste strohalm of de totale afgang.
Corner, Rommedahl schiet in, ADO werkt weg, Urby pakt de bal op, in een roes volg ik de bal, Alderweireld krijgt de bal, schiet, en ik kan me niet herinneren harder op een goal gehoopt te hebben, maar met een fantastische boog zeilt de bal tegen het net. Die miniseconde dat ik de bal tegen het net zie verdwijnen voel ik mij de gelukkigste man op aarde, ik bal m’n vuisten, spring omhoog en er volgt een secondenlange oerbrul terwijl ik rondjes door de huiskamer ren. “JAAAAAAA, FUCK JAAAAAA!!!”
Ik wil bellen, mensen bellen om “JAAAA!!” te roepen want ik ben in m’n eentje. Intussen slaat de onderbuurman met een bezem tegen zijn plafond aan, want zijn paasbrunch lijkt hevig verstoord te worden door het geluid van een aangeschoten brullende olifant. Niets is minder waar, het is een doelpunt van Toby Alderweireld! Ik tril nog te erg waardoor ik de juiste toetsen niet kan vinden en gooi de telefoon weer op de bank. Nog een paar minuten volhouden!

Eindelijk, affluiten, 0-1. Ik val achterover op de bank, en met wijde ogen tuur ik naar het plafond. De 70 ga ik niet halen als Ajax vaker op deze manier gaat winnen, maar het maakt me niks meer uit. Gewonnen, ik ben zelden zo opgelucht en blij geweest. De rest van de dag loop ik met een glimlach van oor tot oor door het huis. Dat heerlijke geluksmoment neemt niemand me ooit nog af, en dit is zoveel mooier dan al die 0-5 overwinningen bij elkaar. 0-1, na een schijtwedstrijd van jewelste bij ADO, onterecht, na een lucky shot, I couldn’t care less. Of we kampioen worden zien we later wel, maar we zijn nog in de race.

Winnen met de Twentse slag, I love it!

6 April 2010
By on 14:49
Mooi, weer hardlopen!

Drie weken. Drie weken resten me nog voordat ik een lichamelijk zware beproeving moet ondergaan in de vorm van de 10 kilometer-run van Utrecht. Wéér heb ik me om laten lullen om samen met een groep vrienden hard te gaan lopen. Hardlopen. Telkens als ik mijn hardloopkicksen aandoe en door de ijzige poolwind ren vervloek ik die vermaledijde Phidippides. De ouderen onder ons kunnen het zich wellicht nog herinneren: Phidippides rende in 490 v. Chr. na de Slag bij Marathon naar Athene om daar uitgeput aan te komen en te roepen ‘We hebben gewonnen! Ik ben naar de klote!’. Nadat hij zijn laatste woorden had uitgesproken viel hij morsdood neer op het asfalt. (Daarom: wát heb je nodig bij het hardlopen? Juist, een HELM!) Een treffender voorbeeld dat hardlopen levensgevaarlijk en ongezond is ligt ironisch genoeg in de anekdote van de allereerste hardloper op aard.

Gek genoeg is hardlopen inmiddels verworden tot een van de meest populaire sporten in Nederland. Een verklaring hiervoor ligt in het feit dat het gratis is, anders kan ik niet bedenken waarom mensen vrijwillig ergens heen rennen zonder vastomlijnde bestemming. En die hardlopers, wie zijn dat dan? Vaak, zo niet altijd, zijn ze onder te verdelen in enkele subcategorieën.

Ten eerste de uitslovertjes. Vaak van die magere mannetjes die in weer en wind de deur uitgaan om de kou te trotseren en te genieten van de moessonregen die ze in het gezicht slaat. Ze houden ervan om zichzelf te pijnigen en om bovenal een snelle tijd neer te zetten. Dit denken ze te bereiken door een wanstaltig strakke hardlooppanty aan te trekken waardoor je als argeloze omstander altijd gedwongen bent om naar die vieze bobbel te kijken. De echte strebertjes hebben hun apparaat tijdens het rennen in de naad geklemd, omdat dit nu eenmaal aerodynamischer is. Tot overmaat van ramp hebben ze één of ander apparaatje bij zich waarmee ze hun hartslag, hardloopsnelheid en ademhaling meten om dat daarna vol trots te presenteren aan hun facebookvrienden. Sukkels. Ze zijn ook te herkennen aan hun constante geblaat om ooit de marathon van New York te lopen.

Ten tweede de dikkerdjes. Deze categorie downloadt een programma van een vaag Belgisch wijf genaamd Evy, neemt nog een hap van hun kaassouflé en gaat dan ‘hardlopen’. In de praktijk komt het erop neer dat ze zuchtend en kreunend 500 meter afleggen, daarna van Evy horen dat ze fier op zichzelf mogen zijn om daarna de laatste 1500 meter tevreden uit te wandelen. Dit alles in een traject van drie maanden zodat ze uiteindelijk voldoende opgetraind zijn om 5 km af te leggen in 40 minuten. Laat ik niet onvermeld laten dat het uiteindelijk nog altijd beter is om via de laffe Evy-manier te lopen dan om helemaal niets aan sport te doen.

Ten slotte de mooiweerrenners. Deze hardlopers schrijven zichzelf eerst in voor een 10 km, wachten vrolijk tot 2 weken voordat de betreffende wedstrijd plaatsvindt en gaan dan op hun gemakkie wat rondjes singel lopen. Lekker een beetje kletsen, genietend van vrouwelijke hardloopsters die ze kunnen volgen. (Als mooiweerrenner heb je altijd een punt nodig waarop je je moet richten, en die laat zich het beste vinden in een bevallig strak kontje van een 21-jarige studente)
Het belangrijkste kenmerk, de naam zegt het al, is dat ze alleen rennen als het mooi weer is. Terecht, want welke pannenkoek gaat er nu rennen als het regent? Je wordt niet bruin, er zijn geen lekkere vrouwen op straat, en je wordt nat. Kortom: louter nadelen. Bij mooi weer niets van dat al. Het moge duidelijk zijn dat deze categorie vooral bestaat uit coole sportieve bazen.

In elke te lopen afstand kun je de categorieën weer in onderverdelen. De marathon en in mindere mate de halve marathon lopen de uitslovertjes, de dikkerdjes zweren bij de 5km en de mooiweerrenners vinden het wel best na tien kilometer. Ikzelf ben een mooiweerrenner, en maakte ooit de fout om me te wagen aan een halve marathon. Het werd een fiasco.

We schrijven 17 mei 2009. Mooiweerrenner als ik was had ik nauwelijks getraind voor deze halve marathon. Mijn recordafstand was 14 kilometer, twee weken dáárvoor gelopen. De laatste zeven kilometer dacht ik wel even op karakter uit te kunnen lopen. Met mijn karakter was niks mis, met m’n benen en conditie helaas wel, zo zou later blijken. Waar mijn hardloopmaat en tevens mooiweerrenner op zondagochtend afbelde (hij zag twee witte pixels op buienradar.nl en vermoedde een wolkbreuk) stond ik moederziel alleen aan de start in Leiden. De start ging nog prima, maar na een paar honderd meter merkte ik dat ik een aandrang voelde in m’n achterste. Helaas startte ik in het achterveld, zodat ik niet kon stoppen omdat ik anders de rest van de afstand achter de feiten (en de bezemwagen) aan moest lopen. Doorrennen was het devies. Uiteindelijk gingen de eerste 12 kilometer nog van een leien dakje, en moest ik gniffelen om een sukkel die de halve marathon dacht uit te snelwandelen. Deed ‘ie toch nog best snel, maar een echte kerel gaat gewoon met z’n voeten van de grond en mijn tempo zat er stevig in. Bij 14 kilometer werden m’n spiertjes toch wat stram, bij 15 kilometer leed ik helse pijnen en bij 16 kilometer jammerde ik om mijn mama. Na 17 kilometer overwoog ik serieus om in de gracht te springen en na 18 kilometer werd ik ingehaald door de snelwandelaar. Toen ik na 20 kilometer voorbij werd gestreefd door Opa Janssen en Kreupele Leo zakte de moed me in de schoenen. Ik moest diagonaal de verkeersdrempels over om te voorkomen dat ik gestrekt zou gaan. Om de Walk of Shame te vermijden (lees: waggelend de finish oversjokken) besloot ik de eennalaatste kilometer te wandelen, zodat ik de laatste 400 meter alsnog rennend voor de tribunes langs de eindstreep kon bereiken. Ik ben tienduizend doden gestorven, maar ik heb het gered, in een tijd van 2 uur en 8 minuten. Afgezien, kapotgegaan, gesloopt, het waren de ergste twee uur en acht minuten uit m’n leven. En gek is dat he, als je dan de finish haalt, dan ga je even zitten en denk je…inderdaad….Dit..NOOIT..Meer.

Tien kilometer is meer dan genoeg. De avond ervoor lekker stappen, ‘s ochtends een banaantje eten, en die 10 km in 50 minuutjes uitlopen. Makkie! Stiekem is hardlopen ook best wel leuk. Het is vandaag al de hele dag lekker weer, dus laat ik weer eens gaan rennen. Lekker in het zonnetje!

Hmm..Ik kijk even naar buiten en zie twee wolkjes. Ik ren morgen wel, als het zonnig is dan.

16 March 2010
By on 15:41
Eens Ajacied, altijd Ajacied

De eerste horde op weg naar onze glorieuze landstitel werd afgelopen zondag moeiteloos genomen. Sparta-uit, vorig jaar het dieptepunt van het seizoen, werd een easy 0-3. Zou Ajax dan eindelijk af zijn van het falen op de beslissende momenten, met RKC-uit in 2007 als lichtend voorbeeld?

PSV leed die bewuste zaterdagavond in april een 2-1 nederlaag bij NEC. Murwgeslagen in de hoek van de boksring, rijp voor de slacht. Ajax hoefde alleen even bij staartclub RKC te winnen om de koppositie te grijpen. Niemand maakte zich in het uitvak in Waalwijk zorgen over deze wedstrijd, de titel was binnen handbereik. Toch werd het onmogelijke mogelijk en het zinnige onzinnig: de wedstrijd eindigde in 2-2. "Toch maar weer een puntje ingelopen op PSV!", kirde Ajax-coach Henk ten Cate van plezier, dit terwijl elke Ajacied met een steen aan zijn voet bij de Keizersgracht stond. Drama, trauma.

PSV liet het daarna nóg eens liggen bij FC Utrecht, iedereen concentreerde zich op AZ, zou AZ choken en zouden we tóch nog die landstitel grijpen? AZ chokete en verloor bij Excelsior, Ajax won, maar PSV kwam in het laatste kwartier nog voorbij Ajax. Kampioen op doelsaldo, met één doelpunt verschil. Niemand die hier rekening mee hield.

De geschiedenis lijkt zich te gaan herhalen. Afgelopen zaterdag verloor PSV met 2-1 bij NAC, een ineenstorting dreigt. Om met PSV-coach Fred Ruttens woorden te spreken: "De scheidfs wasf Twentfs gekleurd". Calimero is weer thuis, in Eindhoven zien ze het niet meer zitten en bij een verlies in de Arena aanstaande zondag nadert Ajax tot op een punt en staat FC Twente waarschijnlijk vijf punten los. Maar, de geschiedenis herhaalt zich niet altijd. Het was des-Ajax geweest als het ‘Debacle Waalwijk’ een vervolg had gekregen op Spangen, maar dat gebeurde niet. We ruiken bloed. PSV ligt met het hoofd op het slachtblok, de goede beul kijkt vanuit de hemel toe hoe El Pistolero aanstaande zondag een eind maakt aan de kampioensaspiraties van PSV. Het is altijd beter om de jager te zijn dan diegene die achtervolgd wordt. Maar laten we niet dezelfde fout maken als in 2007. Puntverlies is dodelijk, Twente staat nog steeds zes punten voor. Geen gelijkspel meer in Waalwijk, waardoor we een puntje kunnen inlopen op FC Twente of PSV. Ik wil het niet meemaken.

Waar in 2007 Ajax-huurling Jan Vertonghen ons velde in Waalwijk, hebben we nu een extra troef in handen. Overal in den lande hebben we Ajacieden zitten, Ajacieden die nu opstaan en ons helpen. Rydell Poepon scoorde de 1-1 voor Sparta bij PSV en Robbert Schilder maakte twee weken later de winnende voor NAC, ook tegen PSV. De Amsterdamse hoop is nu gevestigd op alle oud-Ajacieden die door de jaren heen zijn uitgefladderd over de Nederlandse velden.

Zondag Ajax-PSV, dat zullen we toch echt zelf moeten doen. Vrijdagavond FC Twente – ADO Den Haag, van Richard Knopper en consorten hoeven we weinig te verwachten. Het weekend daarop, met uiteraard één punt achterstand op PSV en nog zes op Twente, moeten we naar RKC. Lijkt me duidelijk, Anthony Obodai gaat geen Vertonghentje doen en wij gaan daar met 0-3 winnen. PSV-FC Twente wordt alweer een sleutelduel. Twente kraakt, piept, is niet gewend aan titeldruk. PSV wel, 2-0. Ajax’ achterstand op Twente is nu drie punten, en we staan nog steeds een punt achter op PSV.

Daarna is onze hoop gevestigd op VVV, AZ, Heerenveen en Feyenoord. Deze vier clubs moeten in de slotfase nog tegen zowel FC Twente als PSV. Bij deze een oproep aan Michael Timisela, Ruben Schaken, Joey Didulica, Erik Heijblok, Niklas Moisander, David Mendes da Silva, Nick van der Velden, Jeremain Lens, Gerald Sibon, Henk Timmer, Tim de Cler, Denny Landzaat en Diego Biseswar: Jullie zijn toch zeker ook wel Ajacieden? Neem een voorbeeld aan Rydell Poepon en Robbert Schilder! Jullie kunnen Ajax, jullie Ajax, de helpende hand reiken. Samen met Daley Blind, Mitchell Donald en Jan-Arie van der Heijden. Eens Ajacied, altíjd Ajacied!

Zondag 18 april, een zonnige lentedag in de Arena. Heracles komt op bezoek, Ajax staat een puntje voor op Twente en twee op PSV. Terwijl we met 3-0 voorstaan luisteren 50.000 man gespannen naar hun transistor-radiootjes. En dan, in de 89e minuut, scoort Daley Blind in Eindhoven de 1-1. Daley Blind, wie kent ‘m niet, Daley Blind, die echte Ajacied, schakelt PSV definitief uit in de titelstrijd. Twee minuten later, bij een 0-0 stand in Enschede, gaat Landzaat alleen op Boschker af. Hij omspeelt ‘m, scoort, en zo maakt Feyenoord, op z’n Twents, Ajax kampioen van de eredivisie. Niemand in het Feyenoordvak juicht, iedereen beseft zich wat er zojuist is gebeurd. Doodstil in Enschede, in Eindhoven juicht slechts één man. Andy van der Meijde, eindelijk in korte broek, rent uitzinnig over het veld, zijn Ajax-tattoo blinkend in de zon. Ajax, zijn Ajax, ons Ajax, is zojuist kampioen van Nederland geworden.

Duizendmaal dank aan Robbert Schilder, Rydell Poepon, Daley Blind, Donald, iedereen, de hele Ajax-familie. Landzaat sturen we een bloemetje, van de Shell. FC Twente en PSV zijn geslachtofferd, door een Ajax wat eindelijk liet zien dat het bloed rook. Onaantastbaar in de slotfase van de competitie. En de goede beul, hij keek vanuit de hemel op ons neer en zag dat het goed was. Een standbeeld voor hem, de personificatie van onvoorwaardelijke trouw en liefde aan onze club: Ajax, landskampioen 2009-2010.

9 March 2010
By on 16:15
Op zoek naar de provincialen in de provincie

(Uit het archief…)

Vorige week werd ik door een vriend benaderd om de wedstrijd Nederland- Australië te bezoeken. Zijn vader had drie kaarten geregeld en wie was ik om nee te zeggen?

De laatste keer dat ik een interland van het Nederlands elftal had bezocht was immers alweer een tijdje geleden, 22 februari 1995 om precies te zijn. Nederland – Portugal, 0-1, ook in Eindhoven. Ook al kon ik als klein Ajaxmannetje geen Ajacieden zien wegens een boycot, toch genoot ik met volle teugen van een wedstrijd van het enige echte Nederlands Elftal! De toppers deden destijds niet mee, al heb ik toen wel Frank Verlaat, Edwin Vurens, Michel Kreek én Eric van der Luer zien debuteren. Een ervaring die ik nooit meer zal vergeten.

Maargoed, terug naar de actualiteit. Zaterdag 6 september, Nederland – Australië! Omstreeks 18.30u liepen we het centrum van Eindhoven in, om alvast even sfeer te proeven. Opblaasbare wortels, molenhoedjes en klompen uiteraard thuisgelaten, maar getooid in een oranje wedstrijdshirt op naar het Stratumseind. En daar troffen we de uitgelaten mensenmenigte al aan, en chansons als ‘Jalalalaa lalala lalalaaaa’ en ‘olé olé olé olééééé’ klonken vrolijk uit de cafeetjes. De herinneringen gingen meteen weer terug naar het weekendje Bern rond Nederland – Frankrijk, vooralsnog het mooiste weekend van 2008. Helaas was dit keer het publiek íets anders. Waar in Zwitserland nog veel vriendengroepen in de leeftijd van 20-28 rondliepen betrof het in Eindhoven toch vooral compleet laveloze veertigjarige provincialen die elkaar in de meest exotische dialecten vrouwonvriendelijke teksten toeschreeuwden.

Snel nog een paar biertjes, we moesten ons immers door een oefenwedstrijd van het Nederlands elftal heen slaan, en op naar het Philips stadion! Als Ajaxsupporter ken ik het stadion alleen vanuit het uitvak, waar je hoog in een hoekje zit weggepropt met een net voor je snufferd. Nu op vak TT, nog steeds hoog maar met een prima uitzicht. Vijf minuten voor tijd binnen, en nog genoeg plek. Blijkbaar was niet iedereen zo gek om 40 euro per stuk neer te tellen voor een dergelijke wedstrijd.

Voordat ik goed en wel om me heen had gekeken of er wel mooie vrouwen in ons vak zaten (mannen: ik bedoel natuurlijk lekkere wijven, maar ik typ mooie vrouwen omdat dit verhaal waarschijnlijk ook door vrouwen gelezen gaat worden) lag de eerste bal er al in! Babel gaf de bal voor van links en Huntelaar knalde ‘m knap tegen de touwen. De snelle 1-0 beloofde veel goeds, maar helaas zakte het spelpeil naar een bedenkelijk niveau. Voor mij altijd een mooi moment om eens de overige supporters in me op te nemen en het programmaboekje te lezen. Achter me zat een groep lieden die zo te horen uit een dubieus toendragebied uit Noord-Nederland kwam. Zij wisten me te vertellen dat die ‘verrekte kutzak van een van der Vaart maar snel gewisseld moest worden…’. Naast me zat een iets te dik snotjoch van een jaar of 12 constant met zijn piepstemmetje in zijn Heinekenhoed ‘Holland’ te schreeuwen, en voor me zaten twee vaders die vier kinderen mee hadden genomen. De kinderen hadden meer aandacht voor het vouwen van vliegtuigjes dan voor de wedstrijd, en de vaders werden naarmate de wedstrijd vorderde steeds chagrijniger.

De belabberde terugspeelbal van Heitinga op Stekelenburg had ik gemist omdat ik met mijn telefoon zat te spelen, maar bij de pingel voor Australië zat ik op het puntje van mijn stoel. Stekelenburg rood, en zijn vervanger mocht toch met recht de crème de la crème van het Nederlandse keeperkorps genoemd worden! Ik heb het natuurlijk over niemand minder dan Henk Timmer. Helaas kon hij de bal van één of andere Australische dude waarvan ik de naam alweer vergeten ben niet houden en zodoende konden we rusten met een 1-1 stand.

In de rust werd het beroemde latje-schieten weer van stal gehaald. Drie knakkers mochten vanaf 40 meter proberen op de lat te schieten. De eerste kandidaat was een niet al te charmant sujet uit het Brabantse achterland die de bal niet eens van de grond wist te krijgen. Armoe troef, niemand trof de lat en niemand won 50.000 euro. Een biertje halen zat er ook al niet in, er werd geen alcohol geschonken vandaag. Het is ook wat, al die bloeddorstige gezinnetjes en wortelhooligans op de tribune, en dan ook nog eens met die levensgevaarlijke Australiërs even verderop…Logisch, geen alcohol, dat zou me ook wat zijn.

De tweede helft brak aan, en daar kan ik me nu eigenlijk niet veel meer van herinneren dan dat Australië een kwartier voor tijd op 1-2 kwam. Enkele supporters die prima een wedstrijd kunnen aanvoelen reageerden direct door maar de wave in te zetten. Nederland drong op het eind nog wel aan, maar een terechte puntendeling (voor zover er punten gedeeld worden bij een oefeninterland) zat er niet meer in. De 400 meegereisde Australiërs bouwden een feestje, enerzijds omdat ze gewonnen hadden en anderzijds omdat ze gelukkig geen verplichte buscombi aan hun broek hadden gekregen en weer verder konden zuipen in het Australische café op het Stratumseind.

Teleurgesteld keerde ik samen met 25.000 andere gedesillusioneerde Oranje-supporters huiswaarts. Voor mij de komende tien jaar weer even geen Oranje-wedstrijd, maar ik hoop maar dat al die kleine kinderen net zo genoten hebben van hun sterren als ik deed op die koude zaterdagavond in februari 1995.

5 March 2010
By on 20:18
Kapotgaan op de Reeperbahn: HSV – Ajax

(uit het archief..)

Ah, eindelijk weer een Europees uit-tripje! De derde voor mij, en na een 0-0 in Kopenhagen en een 0-0 in Praag zou ik het waarderen als er eindelijk eens gescoord gaat worden. Al weken geleden is alles geboekt, en de woensdag voor de wedstrijd vertrekken we.

Bier mee, VI mee en Hamburg here we come! Vanuit Amersfoort vertrokken we en de reis begon al goed: Onze trein had vertraging en we zouden de aansluiting in Osnabrück missen. Daar een uur gewacht en uiteindelijk kwamen we om 23.30u aan bij het A&O City Hauptbahnhof hostel. We waren niet de enige Ajacieden, maar wel zo’n beetje de enigen die nog redelijk nuchter waren had ik het idee. Na drie kwartier getreuzel van de receptionist konden we eindelijk de kamer in. Ah, er lag al een chick in te slapen! Niet dat we daar iets aan hadden, want we moesten nodig de stad in, maar dan kun je in ieder geval positief antwoorden op de vraag van thuisblijvers of je nog vrouwen op je kamer hebt gehad.

Om één uur liepen we naar het grote plein, waar eigenlijk hoegenaamd NIETS te beleven was. Niets was open, geen mensen op straat, totale leegte en duisternis. Waarschijnlijk was het dan tóch allemaal op de Reeperbahn te doen. De Reeperbahn: Een plek waar seks, drugs, alcohol en geweldadigheid de boventoon voeren. Kortom, alle dingen die het leven zo mooi maken en voor we het wisten stonden we op deze place-to-be. En jawel, daar was toch íets meer te beleven! Verschillende groepen Ajacieden flaneerden al over de Hamburgse uitgaansstraat. Rond 3 uur hoorden we dat er blijkbaar ergens een café was gesloopt, niks van meegekregen. Niet veel later gingen we behoorlijk in de olie naar het hostel, toch even die paar uur slaap nog pakken. Mooi om te zien dat je dan dezelfde gozer tegenkomt die een paar dagen eerder in Alkmaar achter me nog kou stond te lijden. Of ja, tegenkomen.. hij wilde horizontaal een trap oplopen en wist eigenlijk niet meer waar z’n kamer was. Zo liepen er overal plukjes dronken idioten rond, leuk om te zien.

Donderdag, Matchday! We moesten er al voor tien uur uit dus we werden om elf uur wakker gemaakt door één of andere dude van het hostel. Snel even douchen en op naar het stadion om ons kaartje om te wisselen.
Even rond het (van buiten aartslelijke) stadion gelopen, fanshop in (ze hebben zelfs HSV-broodroosters..) en weer de stad in. Rond het centrale plein was op een kerstmarkt na eigenlijk niks spectaculairs te beleven. Nog even het stadion van St. Pauli bekijken, maar dat blijkt een bauwval te zijn waarbij De Langeleegte nog een multifunctioneel stadion lijkt. Van veraf, want we wisten niet waar de ingang was.
Het was inmiddels al vier uur en we hadden nog geen bier op, een schande voor de beroepsgroep! We wisten niet waar de Reeperbahn precies was vanuit de plek waar we stonden maar in Hamburg hebben ze dat heel pienter opgelost: Je volgt gewoon de politiesirenes en je komt automatisch aan op de plek waar alle Ajacieden zich bevinden.
Bij het begin van de straat leek het alsof we een warzone betraden. Eigenlijk nog geen supporter te zien, maar ME-busjes scheurdenn met loeiende sirenes door de straten. De Polizei keek alsof elk moment de Russen konden komen. Iets verder bleek al waarom, maar we hadden waarschijnlijk net het ‘vuurwerk’ gemist. Wel veel Ajacieden op straat, maar dan toch nog een iets ander slag volkje dat je normaal in de buscombi tegenkomt. Ah well, de kroeg in, en daar was het supah Toll. De hele kroeg was overgenomen door Ajacieden en helaas was de barvrouw zo onnozel om haar portemonnee open en bloot de hele tijd op de bar te laten liggen. Op een gegeven moment werd ‘ie gejat en was dat wijf buiten zinnen. Pas dan op je spullen doos, je hebt toch geen scoutingclubje in je kroeg! (Ik keur dit natuurlijk niet goed, maar zelfs in een kroeg met opa’s en oma’s is dit dom..)

18.30u, 2,5 uur voor de wedstrijd en omdat we een beetje op tijd wilden zijn gingen we de metro in naar het stadion. Althans, dat wilden we. Op het perron van U-station Reeperbahn stonden honderden dronken Ajacieden te zingen, en de Playmobielmannetjes van de Polizei kon hier bijzonder slecht mee omgaan. Alle Ajacieden werden op een klein gebied bij elkaar gehouden waardoor iedereen zich tegen elkaar aan moest drukken. Metro kwam, enkele forensen moesten uitstappen maar daar hadden ze níet echt kans toe. Iedereen wachtte netjes op hun beurt en liet elkaar voorgaan met instappen.
Oh wacht, nee, ik vergis me, iedereen moest en zou binnen 1,5 seconde die metro ingaan en het ding knalde bijna uit z’n voegen. Lang niet iedereen zat erin, de volgende metro kwam. BAF, zelfde verhaal. 100 Ajacieden naar binnen, totdat de Polizei ineens voor de deuren gaan staan terwijl hij nog lang niet vol is. Op mijn opmerking ‘hij is nog lang niet vol!’ kreeg ik van zo’n SS-er een por met de woorden ‘Wann ich sage es ist full, ES IST FULL!’. Jawel herr Obersturmbahnfuher. Maargoed, uiteindelijk bleek waarom we er niet inmochten, de metro ging helemaal niet richting het stadion. Waar die 100 man die er toch inzaten uiteindelijk wel zijn beland mag Joost weten. Volgende metro, yes, we zaten erin. Ik stond helemaal ingeklemd door die thuis-niets-te-vertellen-hebbende losers van de ME. Aangezien iedereen stond te springen en de metro daar blijkbaar slecht tegen schijnt te kunnen werden de ME’ers pissig en vroegen ‘oder wir nach Stadion willen können’. Nee eppo, we gaan naar de bingo-avond, nou goed. Blijkbaar bedoelde hij dat we als de wiedeweerga op moesten houden met jolig gedrag. Je kunt er niet echt mee lachen, met die moffen..

Met de shuttlebus naar het stadion en jawel, die Duitsers kunnen ook echt helemaal niks…3.000 man moesten zich door twee poortjes zien heen te wurmen. De instapprocedure voor Feyenoord-Ajax was hierbij vergeleken een lief schattig speeltuintje, dit was een strijd van leven op dood. Beuken, douwen, wringen, het schoot voor geen meter op. De sfeer dreigde aardig om te slaan, maar iedereen wist zichzelf in de hand te houden. Ook ik was PISnijdig. Waarom? Omdat die achterlijke kutmoffen blijkbaar geen grote supporters aankunnen! En dan staan ze je met zo’n zelfvoldane grijns je een beetje uit te lachen. Ik vind het frappant (van mezelf) om te zien wat die ME’ers bij me los kunnen maken. Eigenlijk kan niemand ruzie met me krijgen, maar ooohhhh… Geef een stel proleten een knuppel en helm en ze misbruiken hun macht. Het liefst zou ik die stokken van ze diep in hun Arische reet willen douwen. Man, wat een amateurisme. Door een stel sjampoepels werd je gefouilleerd en een ander stel stond er een beetje bij te lachen. Stelletje nazi’s, ze zouden ze kapot moeten schieten. (Ho ho ho. Thijs toch. Maar dat denk je als je anderhalf uur doet over 3 meter wacht”rij’")
Maar toch, 20.30u, binnen! Het middelste vak, en de wedstrijd begint bijna.
Mooi stadion van binnen, die HSV Nordbank AOL Arena Volksparkstadion of hoe het ook mag heten. Voor de wedstrijd werd er een grote Ajax-vaan ontrold over de hoofden van het uitverkochte uitvak.

De wedstrijd was niet spannend, omdat ik natuurlijk totaal niet verwachtte dat we hier met een resultaat naar huis zouden gaan. Als je zelfs door een huis-, tuin- en keukenelftal van Heerenveen al totaal naar de gallemiezen wordt gespeeld zal het bij HSV niet veel beter zijn. Maar wis en waarachtig, we haalden de rust met 0-0 en kwamen nauwelijks in de problemen. Rust, pissen en op naar de tweede helft. Enoh moet eruit, die gekke Afrikaan kan niets goed doen bij die schele pizza die vandaag fluit.
Net als we denken dat een 0-0 toch echt tot de mogelijkheden gaat behoren onderschept Leo de bal van een guest van HSV. Ja, op het doel af, scoren LUL!! Zo mooi altijd, een Ajacied alleen op de keeper af. Ik begin van pure opwinding dan vaak al een beetje te hupsen, m’n positie kiezend om keihard te juichen. Ik hou mn maat vast, schiet hem erin! AH PAAL, NEE! IDIOOT! Hij krijgt de bal terug, wat doet ‘ie daar in de verte, heb je tijd teveel, ros die bal erin!! Die 2 seconden dat ‘ie daar staat lijken wel uren te duren, Leo, doe het, doe het voor ons! JAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA!! Verdomme, het onmogelijke is mogelijk geworden, we leiden, we leiden! 0-1, totale gekte in het uitvak. Ik pak m’n maat vast en gil in z’n gezicht ‘HIJ ZIT!! LEKKERRR!!!’. (Dit voor het geval hij de goal had gemist en geen idee had waar al die commotie rondom hem mee te maken had)
Pas na die 0-1 werd ik écht nerveus, nu moesten we het vasthouden ook. Ajax kreeg kansen op meer, maar HSV drukte. Die sukkels konden er gelukkig helemaal geen flikker van, Auf wiedersehen, auf wiedersehen.
Fluit nou af, homo in ‘t geel! *prieeett* JAAA! We hebben ‘m, onverwacht, maar heerlijk!
Ze dachten dat ze ons wel effe op konden rollen, het lijken verdomme wel een stelletje Ajacieden. En dan ook nog allemaal vijf minuten voor tijd naar huis gaan, hebben ze dan helemáál geen originaliteit? Ajaxpubliek!
Na de wedstrijd moeten we nog even in het vak blijven, en in de verte zien we de cameralamp aanspringen en Marco geinterviewd worden. Marco, marco, we worden kampioen! En, omdat die Rotterdamse sukkels niks beters te doen hebben dan de nabeschouwing van HSV-Ajax te kijken, nog even het ‘Helemaal niets in Rotterdam’. Ook in verre landen denken we even aan jullie, lieve vrinden uit Rotterdam.
Enkele Ajacieden kwamen nog even het publiek bedanken. Voor het eerst sinds het Beenhakkeriaanse tijdperk werd er weer gezongen ‘Leo, leo, we worden kampioen!’

Dan met de shuttlebus naar huis, niet echt een prettig ritje want een Hamburger had zijn vlag in de bus helemaal ondergekotst en er hing een zuur geurtje…Mag de pret niet drukken, weer de kroeg in!
Om 3.30u waren we totally wasted en gingen naar het Hauptbahnhof. Tas uit de kluisjes halen, trein in richting Osnabruck. Omdat we een trein eerder hadden genomen moeste we nog een uur vol zien te maken in een klein luchroompje op het station. Toen we er om 06u aankwamen was er nog niemand maar toen we een uur later ontwaakten zat het al helemaal vol met Duitsers die ons aankeken alsof we een stel zwervers waren. Ok, toegegeven, al te fris zagen we er niet uit. Alcohollucht, baard, it’s great to be an Ajacied!
Terug naar Nederland, waar we een conducteur kregen die iets té goed geslapen had. "Welkom in Nederland! We naderen station Hengelo. En voor alle Ajaxsupporters in deze trein: Ajax is oké. Olé. Olé."
Hij zei het ook echt met van die pauzetjes ertussen…

Als een stinkende aap lag ik tussen alle vrolijke forensjes die naar hun werk en opleiding gingen. M’n nadorst speelde me parten.


By on 20:02